ECLI:NL:RBDHA:2022:14919
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig relaas en niet-onverwijld melden
Eiser, een Tunesische staatsburger, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat hij vanwege zijn actieve deelname aan de politieke partij Hizb ut-Tahrir en demonstraties in Tunesië vervolgd werd. Hij werd in 2014 opgepakt en kreeg een S17-maatregel opgelegd. De aanvraag werd door de Staatssecretaris afgewezen als kennelijk ongegrond, mede omdat eiser zich niet onverwijld bij de Nederlandse autoriteiten had gemeld en zijn verhaal ongeloofwaardig werd bevonden.
De rechtbank oordeelde dat eiser zich pas in februari 2022 meldde, terwijl hij in september 2020 Nederland was binnengekomen. De redenen voor het uitstel, waaronder het verkrijgen van documenten en coronamaatregelen, werden onvoldoende aannemelijk geacht. Daarnaast werden de door eiser overgelegde documenten onderzocht door Bureau Documenten, die geen oordeel konden geven over de echtheid en inhoud, waardoor verweerder het relaas op basis van verklaringen beoordeelde.
De rechtbank vond het relaas van eiser op belangrijke punten summier, tegenstrijdig en onvoldoende onderbouwd, met name over zijn lidmaatschap van de Tahrir-partij en de opgelegde S17-maatregel. Ook het feit dat eiser zonder problemen een paspoort kon verkrijgen, ondermijnde zijn geloofwaardigheid. Gelet hierop en het feit dat Tunesië als veilig land geldt, werd de asielaanvraag terecht als kennelijk ongegrond afgewezen.
Eiser werd veroordeeld tot onmiddellijke vertrek uit Nederland en kreeg een inreisverbod van twee jaar opgelegd. De rechtbank wees het beroep af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen met onmiddellijke vertrektermijn en inreisverbod van twee jaar.