ECLI:NL:RBDHA:2022:14900
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vaststelling Italië als verantwoordelijke lidstaat op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. De rechtbank heeft op 27 september 2022 de zaak behandeld en het beroep ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht uitgaat van het fictieve akkoord met Italië, omdat de Italiaanse autoriteiten niet tijdig hebben gereageerd op het claimverzoek. De door eiser overgelegde documenten, waaronder een AZC-pas en een certificaat van verblijf in Duitsland, leiden niet tot een andere conclusie. De rechtbank vindt dat verweerder niet onzorgvuldig heeft gehandeld en dat eiser voldoende gelegenheid heeft gehad om te reageren.
Eiser stelde dat de asielprocedure en opvang in Italië systeemfouten bevatten die kunnen leiden tot onmenselijke behandeling, maar de rechtbank volgt dit niet. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat de situatie in Italië zodanig is dat toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening gerechtvaardigd is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit om Italië als verantwoordelijke lidstaat aan te wijzen wordt ongegrond verklaard.