ECLI:NL:RBDHA:2022:14590
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel Polen
Eiser, een Belarussische nationaliteit dragende vreemdeling, diende op 7 april 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland stelde vast dat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening, welke Polen heeft aanvaard. Eiser betoogde dat Polen niet langer betrouwbaar is vanwege pushbacks, gebrek aan onafhankelijke rechtspraak en discriminatie jegens Belarussen, en verzocht de zaak aan te houden in afwachting van prejudiciële vragen aan het HvJEU.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Polen is komen te vervallen. Er is geen bewijs dat eiser zelf pushbacks heeft ondervonden of dat Polen vreemdelingen in strijd met het verbod op refoulement uitzet naar Belarus. Ook de gestelde duurzame relatie met een Oekraïense partner is onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank bevestigde dat Nederland erop mag vertrouwen dat Polen zijn internationale verplichtingen nakomt en dat verweerder terecht de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid van Polen wordt ongegrond verklaard.