Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;
3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
“HV21 Formulier bijzonderheden zaak”blijkt het volgende. Een medewerker van de AVIM [3] heeft contact opgenomen met de voorkeursadvocaat van eiser. Deze heeft meegedeeld dat hij richting het bureau zou komen om eiser bij te staan. Vervolgens is een bevestigingsmail ontvangen van de piketcentrale met daarop een andere piketadvocaat vermeld. Daaropvolgend is er telefonisch contact geweest met de piketcentrale waarna in overleg met een collega van de AVIM is doorgegeven aan de piketcentrale dat de voorkeursadvocaat in eerste instantie de bijstand doet en dat hij de kosten van de rechtsbijstand moet bespreken met eiser. Tevens is in dit stuk opgenomen dat de piketcentrale de piketadvocaat ging afbellen.
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Tegen deze uitspraak voor zover die over bestreden besluit 1 gaat, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.