ECLI:NL:RBDHA:2022:14216
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag na inwilliging
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van september 2021. Inmiddels heeft de staatssecretaris de aanvraag op 21 juli 2022 ingewilligd. De rechtbank constateert dat het beroep hierdoor feitelijk is komen te vervallen omdat het procesbelang ontbreekt.
Daarnaast is de vraag aan de orde of eiser in beroep kan komen tegen de vaststelling dat geen bestuurlijke dwangsommen verschuldigd zijn. De Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND sluit de toepassing van de bestuurlijke dwangsomregeling uit voor asielaanvragen. Eiser stelt dat deze uitsluiting strijdig is met het Unierecht, met name het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie.
De rechtbank volgt de eerdere jurisprudentie van de rechtbank Arnhem en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die oordeelden dat het uitsluiten van bestuurlijke dwangsommen niet strijdig is met het Unierecht omdat er andere rechtsmiddelen beschikbaar zijn, zoals de rechterlijke dwangsom. Hierdoor ontbreekt ook op dit punt het procesbelang. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Ten slotte veroordeelt de rechtbank de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van eiser wegens het niet tijdig beslissen op de aanvraag, vastgesteld op €379,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.