Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
driehonderdnegenenzeventig euro en vijftig cent).
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 6 november 2021. Inmiddels heeft verweerder de asielaanvraag bij besluit van 28 juni 2022 ingewilligd. Ondanks dat eiser het beroep handhaaft, oordeelt de rechtbank dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen geen procesbelang meer heeft omdat het doel van het beroep is bereikt.
Daarnaast is de vraag aan de orde of eiser in beroep kan komen tegen de vaststelling dat hij geen bestuurlijke dwangsommen verschuldigd is. De Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND sluit de toepassing van de bestuursrechtelijke dwangsomregeling uit voor asielaanvragen. Eiser stelt dat deze wet in strijd is met het Unierecht, maar de rechtbank volgt de recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die oordeelt dat de uitsluiting van bestuurlijke dwangsommen verenigbaar is met het Unierecht.
De rechtbank concludeert dat eiser met zijn beroep niet kan bereiken wat hij wil en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Wel veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser wegens het instellen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.