ECLI:NL:RBDHA:2022:14122
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechter beveelt beslissing op asielaanvraag binnen acht weken met dwangsom
Eiser diende op 19 oktober 2021 een asielaanvraag in bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De wettelijke beslistermijn van zes maanden verstreek zonder dat een besluit werd genomen. Eiser stelde de staatssecretaris rechtsgeldig in gebreke en diende vervolgens op 11 mei 2022 beroep in bij de rechtbank wegens het niet tijdig beslissen.
De rechtbank stelde vast dat de staatssecretaris geen gebruik had gemaakt van de mogelijkheid tot verlenging van de beslistermijn en dat het beroep gegrond was. Op grond van de toepasselijke wet- en regelgeving, waaronder de Algemene wet bestuursrecht en de Vreemdelingenwet 2000, werd het niet tijdig nemen van een besluit gelijkgesteld aan een besluit dat vernietigd wordt.
De rechtbank bepaalde dat de staatssecretaris binnen acht weken na verzending van de uitspraak een besluit moet nemen en legde een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor elke dag dat de termijn wordt overschreden. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €379,50. De uitspraak werd gedaan door rechter K.M. de Jager en griffier S.D.C.J. Verheezen.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de staatssecretaris binnen acht weken een besluit te nemen en legt een dwangsom op bij overschrijding.