ECLI:NL:RBDHA:2022:13957
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen uitsluiting bestuurlijke dwangsommen bij asielaanvraag
Eiser stelde beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 11 september 2021. Verweerder had de aanvraag bij besluit van 19 mei 2022 ingewilligd, waarbij werd vastgesteld dat geen bestuurlijke dwangsommen verschuldigd waren. Eiser handhaafde het beroep ondanks de inwilliging.
De kern van het geschil betrof de vraag of eiser in beroep kon komen tegen de uitsluiting van bestuurlijke dwangsommen op grond van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, die de toepassing van bepaalde Awb-artikelen op asielbesluiten uitsluit. Eiser stelde dat deze uitsluiting in strijd was met het Unierecht, verwijzend naar een eerdere uitspraak van de rechtbank Arnhem.
De rechtbank overwoog dat het doeltreffendheidsbeginsel en gelijkwaardigheidsbeginsel van het Unierecht niet worden geschonden omdat de rechterlijke dwangsom nog beschikbaar is en dat soortgelijke nationale procedures ontbreken. Hierdoor ontbreekt het procesbelang voor eiser om het beroep voort te zetten.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en veroordeelde verweerder in de proceskosten van €379,50, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en griffier E.C. Jacobs.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van €379,50.