ECLI:NL:RBDHA:2022:13853
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking Tozo-uitkering wegens verblijf langer dan vier weken in het buitenland
Eiser heeft een uitkering op grond van de Tozo-1 aangevraagd en ontvangen, maar deze werd ingetrokken en teruggevorderd omdat hij langer dan vier weken in Indonesië verbleef. Tevens werd zijn aanvraag voor Tozo-2 afgewezen. De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 13 van Pro de Participatiewet geen recht op bijstand bestaat bij verblijf langer dan vier weken buiten Nederland.
Eiser stelde dat zijn verblijf tijdelijk was en dat het centrum van zijn leven in Nederland was, en voerde het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel aan. De rechtbank verwierp deze argumenten omdat eiser onjuiste informatie had verstrekt over zijn woon- en werkadres, en omdat vaste jurisprudentie stelt dat de reden van verblijf niet relevant is.
De rechtbank concludeert dat de besluitvorming rechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Er zijn geen dringende redenen om af te zien van intrekking of terugvordering, noch om alsnog een uitkering toe te kennen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en terugvordering van Tozo-1 en de afwijzing van Tozo-2 wordt ongegrond verklaard.