ECLI:NL:RBDHA:2022:13723
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging maatregel plaatsing inrichting stelselmatige daders wegens niet voldoen aan opleggingscriteria
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek tot tussentijdse beoordeling van de noodzaak tot voortzetting van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel), opgelegd aan de veroordeelde op 12 oktober 2021. De veroordeelde en zijn raadsman verzochten om beëindiging van de maatregel omdat volgens hen niet aan de opleggingscriteria was voldaan.
De rechtbank nam kennis van uitgebreide rapportages en hoorde deskundigen, de veroordeelde, zijn raadsman en de officier van justitie. Uit de rapportage bleek dat de veroordeelde nog onvoldoende stabiliteit had opgebouwd en een hoog recidiverisico liep. De officier van justitie bepleitte primair voortzetting van de maatregel, maar ook aanhouding voor nader onderzoek.
De rechtbank oordeelde dat zij wel bevoegd was om over het verzoek te beslissen en stelde vast dat uit het strafblad bleek dat de veroordeelde niet voldeed aan het criterium van meer dan tien processen-verbaal in vijf jaar, zoals vereist voor een zeer actieve veelpleger volgens de Richtlijn. Hierdoor was de oplegging van de maatregel niet rechtmatig.
De rechtbank wees het subsidiaire verzoek van de officier van justitie af wegens onvoldoende motivatie en besloot de maatregel te beëindigen omdat voortzetting niet toelaatbaar was. De uitspraak werd op 20 december 2022 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders wegens niet voldoen aan de opleggingscriteria.