Uitspraak
(hierna: ISD-maatregel).
Overwegingen:
Beslissing
[veroordeelde]. Aldus gedaan door
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De ISD-maatregel was opgelegd bij vonnis van de rechtbank Amsterdam op 1 juli 2020 en werd onherroepelijk op 16 juli 2020. Het hof oordeelt dat ondanks het gesloten stelsel van rechtsmiddelen, bij tussentijdse beoordeling van de voortzetting van de ISD-maatregel niet kan worden besloten tot voortzetting indien evident is dat de maatregel niet had mogen worden opgelegd wegens het niet voldoen aan de formele opleggingscriteria.
De rechtbank had de ISD-maatregel beëindigd omdat de veroordeelde in de vijf jaar voorafgaand aan het feit niet driemaal onherroepelijk was veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel, zoals vereist in artikel 38m lid 1 sub 2 Sr. Het hof bevestigt deze beoordeling en stelt vast dat het voorwaardelijke deel van een eerdere straf ten tijde van het feit nog niet was ten uitvoer gelegd.
Het openbaar ministerie stelde dat bij tussentijdse beoordeling alleen naar de huidige noodzaak tot voortzetting gekeken moet worden en niet naar de rechtmatigheid van de oplegging, maar het hof verwerpt dit standpunt. Ook oordeelt het hof dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in het hoger beroep, ondanks de lange duur van zes maanden tussen beroep en zitting.
Het hof benadrukt het belang van spoedige behandeling van dergelijke zaken, maar ziet geen reden om de vertraging te sanctioneren. Uiteindelijk bevestigt het hof met verbetering van gronden de beslissing van de rechtbank tot beëindiging van de ISD-maatregel.
Uitkomst: De ISD-maatregel wordt beëindigd wegens niet voldoen aan de formele opleggingscriteria.