ECLI:NL:RBDHA:2022:13720

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 december 2022
Publicatiedatum
20 december 2022
Zaaknummer
NL22.25181
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59a VwArt. 96 lid 3 VwVreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling ongegrond verklaard

Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, is op 4 november 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank had eerder deze maatregel getoetst en verklaard rechtmatig tot het moment van het sluiten van het onderzoek.

In dit vervolgberoep betoogt eiser dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend handelt bij het realiseren van zijn uitzetting, aangezien hij meer dan een maand in bewaring zit zonder zicht op een geboekte vlucht. De rechtbank stelt echter vast dat direct na oplegging van de maatregel vertrekgesprekken zijn gevoerd, een claimverzoek aan de Spaanse autoriteiten is verzonden, en een overdrachtsbesluit is genomen. Ondanks het beroep van eiser tegen dit overdrachtsbesluit heeft de staatssecretaris spoedige behandeling van het beroep verzocht en verdere stappen ondernomen.

Gelet op het claimakkoord met Spanje is er volgens de rechtbank voldoende zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn. Het beroep tegen het voortduren van de maatregel wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.25181

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. A. Dogan),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 4 november 2022 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vw [1] opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Eiser heeft daarop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek
op 14 december 2022 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 21 november 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:12595, volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu, voor zover dat in beroep wordt aangevochten, alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek de maatregel van bewaring rechtmatig is.
4. Eiser voert aan dat uit de voortgangsrapportage blijkt dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan het vertrek van eiser. Eiser zit inmiddels meer dan een maand in bewaring, maar er is nog niet bekend of en wanneer een vlucht is geboekt voor eiser. Niet is gebleken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn. Eiser is daarom van mening dat de voortduring van de maatregel van bewaring onrechtmatig is.
5. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt. Eiser is op 4 november 2022 in bewaring gesteld. Daags na het opleggen van de maatregel is met eiser een vertrekgesprek gevoerd en een claimverzoek verstuurd aan de Spaanse autoriteiten. Kort daarna is een overdrachtsbesluit genomen op 17 november 2022. Vervolgens heeft eiser beroep ingesteld tegen het overdrachtsbesluit en tijdig verzocht om een voorlopige voorziening. Het is de rechtbank gebleken dat verweerder desondanks heeft gedaan wat mogelijk is om de overdracht zo snel mogelijk te realiseren, door de rechtbank te verzoeken om eisers beroep tegen het overdrachtsbesluit en verzoek om een voorlopige voorziening met spoed te behandelen. Voorts is op 6 december nogmaals een vertrekgesprek gevoerd met eiser.
6. Gelet op het claimakkoord met Spanje van 16 november 2022 is voldoende sprake van zicht op uitzetting. Dat verweerder momenteel geen overdracht kan realiseren omdat eiser rechtsmiddelen heeft aangewend tegen het overdrachtsbesluit, maakt niet dat het zicht op uitzetting vervalt.
7. De voortduring van de maatregel van bewaring is rechtmatig. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.