ECLI:NL:RBDHA:2022:13608
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen bestuurlijke dwangsommen na inwilliging asielaanvraag
Eiser stelde beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 30 juli 2021. Nadat verweerder de aanvraag op 6 mei 2022 had ingewilligd, handhaafde eiser het beroep enkel voor de vraag over de hoogte van de bestuurlijke dwangsommen.
De rechtbank overweegt dat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND uitsluit dat artikelen 4:17 tot en met 4:19 Awb op asielaanvragen worden toegepast, waardoor verweerder geen bestuurlijke dwangsommen kan verbeuren. Eiser betoogt dat deze wet in strijd is met het Unierecht, verwijzend naar eerdere jurisprudentie.
De rechtbank volgt echter de recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die oordeelde dat de Tijdelijke wet niet in strijd is met het gelijkwaardigheids- en doeltreffendheidsbeginsel van het Unierecht. Omdat eiser met het beroep niet kan bereiken wat zij wil, ontbreekt het procesbelang en is het beroep niet-ontvankelijk.
De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €379,50, wegens het instellen van het beroep tegen het niet-tijdig beslissen. Het vonnis is gewezen door rechter J.F.I. Sinack en openbaar gemaakt op 13 december 2022.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de vaststelling van geen bestuurlijke dwangsommen wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.