ECLI:NL:RBDHA:2022:13515
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WAO-uitkering en afwijzing Wajong-uitkering bevestigd door rechtbank
Eiser, geboren in 1967, werkte tot 1990 waarna hij uitviel met vermoeidheidsklachten en een WAO-uitkering ontving. Besluiten uit 1992 en 1994 beëindigden deze uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Eiser verzocht in 2020 om herziening en toekenning van een Wajong-uitkering, stellende dat latere diagnoses zoals ASS zijn beperkingen verklaren.
De rechtbank oordeelt dat de eerdere medische rapporten, waaronder die van deskundigen Beijersbergen en Van Ittersum, dichter bij de feiten liggen dan recente rapporten. De verzekeringsarts concludeert dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die herziening rechtvaardigen. De rechtbank volgt dit oordeel en acht de eerdere besluiten terecht.
Ook het verzoek om een Wajong-uitkering wordt afgewezen omdat er geen bewijs is dat eiser op zijn 18e jaar al zodanig beperkt was dat hij niet kon werken. Het feit dat eiser diploma’s behaalde en anderhalf jaar werkte, ondersteunt dit. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen omdat de termijn nog niet is verstreken.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van de WAO-uitkering en afwijzing van de Wajong-uitkering is ongegrond verklaard.