ECLI:NL:RBDHA:2022:13373
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen bestuurlijke dwangsommen bij asielaanvraag
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 6 november 2021 en tegen het niet opleggen van bestuurlijke dwangsommen. Verweerder verleende op 16 augustus 2022 alsnog de asielstatus, waardoor het beroep tegen het niet tijdig beslissen feitelijk kwam te vervallen. De rechtbank stelde vast dat eiser hierdoor geen procesbelang meer had voor dat onderdeel van het beroep.
Vervolgens onderzocht de rechtbank of eiser in beroep kon komen tegen de vaststelling dat hij geen bestuurlijke dwangsommen verschuldigd was. De Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND sluit de toepassing van de artikelen over bestuurlijke dwangsommen bij asielaanvragen uit. Eiser voerde aan dat deze wet in strijd is met het Unierecht, met name het Handvest van de Grondrechten van de EU.
De rechtbank verwees naar eerdere jurisprudentie waarin werd geoordeeld dat het uitsluiten van bestuurlijke dwangsommen niet in strijd is met het doeltreffendheidsbeginsel en het gelijkwaardigheidsbeginsel van het Unierecht, omdat er alternatieve rechtsmiddelen zijn zoals rechterlijke dwangsommen. Hierdoor ontbrak ook procesbelang voor dit onderdeel van het beroep.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser ad €379,50, gebaseerd op de lichte wegingsfactor voor het indienen van het beroepschrift tegen het niet tijdig beslissen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na inwilliging van de asielaanvraag en uitsluiting van bestuurlijke dwangsommen.