ECLI:NL:RBDHA:2022:12547
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voogdij toegewezen aan gecertificeerde instelling na overlijden moeder
Na het overlijden van de moeder van de minderjarige op 17 oktober 2022 ontstond een gezagsvacuüm. Diverse familieleden wilden de voogdij dragen, maar bereikten geen overeenstemming. De Raad voor de Kinderbescherming verzocht daarom om voorlopige voogdij toe te wijzen aan de gecertificeerde instelling, zodat er een onafhankelijk onderzoek kan plaatsvinden naar de beste voogd.
De kinderrechter achtte het dringend noodzakelijk om de voogdij voorlopig toe te wijzen aan de gecertificeerde instelling vanwege de spanningen tussen betrokkenen en het belang van de minderjarige. Het verzoek van de vader tot eenhoofdig gezag werd niet behandeld en aangehouden tot een nader zitting. Het verzoek tot voorlopige voorzieningen werd afgewezen.
De vader voerde aan dat hij als overlevende ouder het gezag automatisch krijgt en dat hij in het belang van de minderjarige handelt, maar dit werd niet gevolgd. De halfbroer en halfzus steunden het verzoek tot voorlopige voogdij bij de gecertificeerde instelling en uitten zorgen over het gezag van de vader.
De kinderrechter besloot de Stichting Jeugdbescherming West Zuid-Holland met de voorlopige voogdij te belasten en verklaarde de beslissing uitvoerbaar bij voorraad. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: De voorlopige voogdij wordt toegewezen aan de gecertificeerde instelling en het verzoek tot eenhoofdig gezag wordt aangehouden.