ECLI:NL:RBDHA:2022:12532
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van artikel 20 VWEU wegens onvoldoende zorg- en opvoedingstaken
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een faciliterend visum op grond van artikel 20 van Pro het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU) om bij zijn minderjarige Nederlandse kinderen te verblijven. De aanvraag werd afgewezen omdat eiser onvoldoende bewijs leverde dat hij daadwerkelijk zorg- en opvoedingstaken verricht met een meer dan marginaal karakter en dat er een zodanige afhankelijkheidsverhouding bestaat dat de kinderen gedwongen zouden zijn de EU te verlaten als aan hem geen verblijfsrecht wordt verleend.
Eiser stelde dat hij samen met de Nederlandse moeder van zijn kinderen gezamenlijke beslissingen neemt en contact onderhoudt via WhatsApp, maar de rechtbank oordeelde dat de overgelegde foto’s en WhatsApp-gesprekken onvoldoende bewijs vormen van daadwerkelijke dagelijkse zorg of opvoeding. De moeder heeft de dagelijkse zorg en het is niet aangetoond dat zij niet in staat is voor de kinderen te zorgen.
Verder stelde eiser dat hij niet is gehoord in bezwaar, maar de rechtbank vond dat het bezwaar kennelijk ongegrond was en dat het horen niet verplicht was. Ook het beroep wegens niet tijdig beslissen werd ongegrond verklaard omdat verweerder binnen twee weken na ingebrekestelling alsnog een besluit nam. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een faciliterend visum wordt afgewezen.