Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
de rechtbank leest: de zwarte Volkswagen Golf, kenteken [kenteken 1]) het tankstation van de [naam] op reed en hierbij zijn voertuig tot stilstand bracht bij een pomp. Hierop zijn wij uit ons voertuig gestapt om richting de bestuurder van de Golf te lopen. Op het moment dat wij uit ons voertuig stapten, zagen wij dat de bestuurder van de Volkswagen Golf vol gas weg reed vanaf het tankstation. Ik, verbalisant, zag dat een collega in burger weg moest springen voor de Golf. Als hij dit niet had gedaan, weet ik zeker dat hij frontaal door de Volkswagen geraakt zou zijn.
de rechtbank leest: Volkswagen en zwart van kleur) van rechts komen, vanuit de Klepstraat. Op dit moment waren wij ongeveer tachtig meter bij de personenauto vandaan. Ik zag dat de personenauto met hoge snelheid de bocht in kwam en naar links reed, onze richting op. Ik zag dat de personenauto slingerde van links naar rechts, om het voertuig onder controle te krijgen vanwege de snelheid. Ik zag dat collega [verbalisant 3] ons voertuig naar links stuurde, om uit te wijken voor de personenauto. Ik zag dat wij niet meer verder naar links konden sturen, omdat aan deze zijde van de weg personenauto's geparkeerd stonden. Ik zag dat onze personenauto vervolgens met de voorzijde iets naar rechts gericht was.
remmen, met hoge snelheid bij ons weg reed. Ik, [verbalisant 5] , zag dat er op de Stuwstraat, uit de richting van de Schoeplaan, een zwarte Volkswagen Polo kwam
rijden. Hierop volgend hoorde ik een harde klap. Ik, [verbalisant 5] , zag dat beide voertuigen elkaar frontaal raakte. Ik, [verbalisant 5] , zag dat de eerdergenoemde Volkswagen Polo van de grond kwam en zich 45 graden draaide en daar tot stilstand kwam.
hij op 7 april 2021 te 's-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [verbalisant 3] en [verbalisant 2] (hoofdagenten bij Politie Eenheid den Haag) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, , terwijl die [verbalisant 3] en [verbalisant 2] in een personenauto zaten, met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto (hard) gasgevend en/op hoge snelheid recht op die [verbalisant 3] en [verbalisant 2] is afgereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
- een aantal pylonnen omver te rijden en door een wegafzetting te rijden en
- door dranghekken heen het trottoir op te rijden en- voortdurend een gegeven stopteken aan een politievoertuig aangebracht verlicht transparant te negeren en
- bij het afslaan geen richting
aante geven en
- voortdurend (aanzienlijk) de toegestane maximumsnelheid te overschrijden in de bebouwde kom en in een 30 kilometer zone en schoolzone, immers reed verdachte met een snelheid van ongeveer 70 tot 90 km/u waar een maximumsnelheid van respectievelijk 50 km/u en/of 30 km/u was toegestaan en
- slingerend te rijden en
- de verplichte rijrichting te negeren,
door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was;
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
- ten aanzien van dagvaarding I, feit 1: een ontzegging voor de duur van twaalf maanden onvoorwaardelijk;
- ten aanzien van dagvaarding I, feit 2 een ontzegging voor de duur van zes maanden onvoorwaardelijk;
- ten aanzien van dagvaarding II, feit 1 een ontzegging voor de duur van negen maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, en
7.De vordering van de benadeelde partij/de schadevergoedingsmaatregel
8.De inbeslaggenomen voorwerpen
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
DERTIG (30) MAANDEN;
zes (6) maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
TWAALF (12) MAANDEN;
ZES (6) MAANDEN;
NEGEN (9) MAANDEN;
DRIE (3) MAANDEN;
[verbalisant 1]toe tot een bedrag van € 844,- en veroordeelt de verdachte om dit bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 7 april 2021 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [verbalisant 1] ;
[verbalisant 3]toe tot een bedrag van € 1.000,- en veroordeelt de verdachte om dit bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 7 april 2021 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [verbalisant 3] ;
€ 1.000,- vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 7 april 2021 tot de dag waarop dit bedrag is betaald ten behoeve van [verbalisant 3] ;
[verbalisant 2]toe tot een bedrag van € 1.000,- en veroordeelt de verdachte om dit bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 7 april 2021 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [verbalisant 2] ;
€ 1.000,- vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 7 april 2021 tot de dag waarop dit bedrag is betaald ten behoeve van [verbalisant 2] ;