Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 3 november 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet (Vw), omdat er een Dublinclaim bestond op basis van een Eurodac-treffer in België. Eiser trok echter op 9 november 2022 zijn asielaanvraag in Nederland in, nog voordat de Dublinclaim door de Belgische autoriteiten was geaccepteerd.
De rechtbank oordeelt dat door de intrekking van de asielaanvraag de Dublinverordening niet langer van toepassing was en dat de maatregel van bewaring vanaf die datum niet meer op artikel 59a Vw kon worden gebaseerd. De voortzetting van de bewaring na 9 november 2022 is daarom onrechtmatig.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt de opheffing van de bewaring met ingang van 18 november 2022 en kent een schadevergoeding toe van €1.000,- voor tien dagen onrechtmatige vrijheidsbeneming. Tevens worden de proceskosten van eiser toegewezen ten bedrage van €1.518,-.
De uitspraak is gedaan door rechter E.J. Govaers en griffier J. de Winter en is openbaar gemaakt op 24 november 2022. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de bewaring wordt opgeheven en een schadevergoeding van €1.000,- wordt toegekend.