De rechtbank Den Haag heeft verdachte veroordeeld voor poging tot zware mishandeling en mishandeling gepleegd op 12 oktober 2019 te Delft. De verdachte viel het slachtoffer onverwacht aan met een mes, waarbij meerdere stekende bewegingen werden gemaakt, resulterend in een wond aan de hand van het slachtoffer en beschadigingen aan diens jas. De verdachte had veel alcohol gedronken tijdens het incident.
De rechtbank sprak verdachte vrij van poging tot doodslag omdat onvoldoende vaststond dat hij het opzet had het slachtoffer te doden. De plaats en diepte van de steekwonden en de relatie tot vitale lichaamsdelen waren onvoldoende duidelijk om voorwaardelijk opzet aan te nemen. De bewezenverklaring betrof poging zware mishandeling en mishandeling, waarbij sprake was van eendaadse samenloop.
De strafoplegging hield rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het plaatsvond, het strafblad van verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank legde een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 165 dagen op, gelijk aan de tijd die verdachte in voorarrest had doorgebracht. Daarnaast werd een schadevergoeding van €500 toegekend aan het slachtoffer wegens immateriële schade.
De rechtbank oordeelde dat het geweld een grote impact had op het slachtoffer, die zich sindsdien onveiliger voelt. De verdachte had een problematische houding ten opzichte van reclassering en schorsingstoezicht. De vordering van de benadeelde partij werd deels toegewezen, met wettelijke rente vanaf de datum van het incident. De verdachte werd tevens veroordeeld in de proceskosten van de benadeelde partij.