Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Pakistaanse nationaliteit, werd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 een maatregel van bewaring opgelegd vanwege een concreet aanknopingspunt voor overdracht naar Duitsland en een significant risico op onttrekking aan toezicht.
Eiser betwistte alle zware gronden, waaronder het feit dat hij zonder de vereiste reisdocumenten Nederland is binnengekomen. De rechtbank oordeelde dat deze grond feitelijk juist en voldoende gemotiveerd was. Ook de lichte gronden, zoals het ontbreken van een vaste woonplaats en onvoldoende middelen, ondersteunen het risico op onttrekking.
Eiser stelde dat het niet meewerken aan een covid-test zou leiden tot het ontbreken van zicht op overdracht naar Duitsland, maar de rechtbank volgde de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak dat dit niet het geval is. Tevens was het niet aannemelijk dat de overdracht niet binnen de gestelde termijn kan plaatsvinden.
Daarnaast stelde eiser dat een lichter middel dan bewaring had moeten worden opgelegd vanwege familiebanden in Nederland en een operatie die nog moest plaatsvinden. De rechtbank vond dit onvoldoende om van de bewaring af te zien, mede omdat medische voorzieningen in Duitsland gelijkwaardig zijn.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.