ECLI:NL:RBDHA:2022:12091
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel wegens niet-geloofwaardigheid homoseksualiteit en huwelijk met vrouw
Eiser ontving in 2015 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd vanwege zijn homoseksualiteit en de gegronde vrees voor vervolging in Oeganda. In 2021 werd deze vergunning met terugwerkende kracht ingetrokken omdat verweerder meent dat eiser onjuiste gegevens heeft verstrekt en gegevens heeft achtergehouden, met name over zijn huwelijk met een vrouw in 2017 en zijn terugkeer naar Oeganda.
Eiser betwist dit en stelt dat het huwelijk uit religieuze en sociale overwegingen is aangegaan en dat hij nog steeds homoseksueel is. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat eiser niet langer geloofwaardig is als homoseksueel en dat het huwelijk en de terugkeer naar Oeganda het risico op vervolging uitsluiten. Eiser heeft wisselende en onvoldoende onderbouwde verklaringen gegeven over zijn huwelijk en relatie.
Verder is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat bij terugkeer sprake is van een schending van artikel 8 EVRM Pro over het privéleven. Eiser verblijft inmiddels in Duitsland en heeft geen aantoonbaar privéleven in Nederland opgebouwd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.