ECLI:NL:RVS:2014:3482
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning asiel wegens onjuiste identiteit
De staatssecretaris heeft bij besluit van 29 mei 2013 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken op grond van het verstrekken van onjuiste gegevens bij haar asielaanvraag. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling hiertegen gegrond verklaard en het besluit vernietigd. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris aannemelijk heeft gemaakt dat de vreemdeling niet de opgegeven persoon is, maar een ander, op grond van gelijkenis met een paspoort op naam van die persoon en overeenkomende persoonsgegevens. De rechtbank had dit bewijs ten onrechte niet aanvaard. De vreemdeling heeft het bewijs niet effectief weerlegd, ondanks haar ontkenningen en het ontbreken van aanvullende documenten.
Verder faalt de vreemdeling in haar betoog dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de omstandigheden van een huiszoeking en dat zij het paspoort door de Oegandese autoriteiten had moeten laten controleren. Ook het beroep op het asielrelaas wordt verworpen omdat de staatssecretaris aannemelijk heeft gemaakt dat de vreemdeling bewust een onjuiste identiteit heeft gebruikt.
De Raad van State verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling tegen de intrekking van haar verblijfsvergunning asiel ongegrond.