ECLI:NL:RBDHA:2022:11951
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf bij moeder wegens twijfel identiteit en gezinsleven
Eiser, geboren in Ghana, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf in Nederland bij zijn moeder, referent. Verweerder wees de aanvraag af vanwege twijfels over de identiteit van eiser en de biologische band met referent, mede door een late registratie van de geboorteakte en eerdere verklaringen van referent dat zij geen kinderen had.
Daarnaast stelde verweerder subsidiair dat er geen sprake was van gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro, omdat eiser meerderjarig is en geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie met zijn moeder heeft. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar kennelijk ongegrond was en dat verweerder eiser en referent niet hoefde te horen in bezwaar.
Eiser voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder een onjuiste belangenafweging en het niet horen van partijen, maar deze werden verworpen. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het verzoek om griffierechtvrijstelling toe. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.