ECLI:NL:RBDHA:2022:11902
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de asielprocedure op grond van de Dublinverordening. Verweerder heeft een verzoek tot terugname naar Frankrijk gestuurd, dat is geaccepteerd.
Eiser betoogt dat terugkeer naar Frankrijk niet mogelijk is vanwege structurele tekortkomingen in het Franse asielsysteem en opvangvoorzieningen, onderbouwd met het AIDA rapport 2021. Volgens eiser leidt dit tot een situatie van zeer verregaande materiële deprivatie, wat een uitzondering op het interstatelijk vertrouwensbeginsel rechtvaardigt.
De rechtbank oordeelt dat verweerder in het algemeen mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat dit in zijn geval niet geldt. Het AIDA rapport bevestigt wel problemen, maar deze zijn niet zodanig zwaarwegend dat zij de hoge drempel van uitzonderlijke omstandigheden halen. Eiser heeft niet bewezen dat hij geen toegang heeft tot klachtenprocedures in Frankrijk of dat terugkeer onvermijdelijk tot onmenselijke behandeling leidt.
De rechtbank volgt verweerder in zijn oordeel dat geen sprake is van omstandigheden die overdracht aan Frankrijk van onevenredige hardheid maken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.