ECLI:NL:RBDHA:2022:1170
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot wedertewerkstelling na onterechte schorsing werknemer gemeente
De werknemer is door de gemeente geschorst na een assessment waarin zijn competenties als onvoldoende werden beoordeeld. De gemeente had de werknemer opgedragen zijn werkzaamheden neer te leggen en verleende buitengewoon verlof, gevolgd door schorsing. De gemeente verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
De werknemer vorderde in kort geding zijn wedertewerkstelling zonder beperkingen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de schorsing niet toelaatbaar was omdat de gemeente onvoldoende zwaarwegende gronden had aangevoerd. De intensieve begeleiding van de werknemer was niet zodanig dat voortzetting niet van de gemeente kon worden verlangd, en het draagvlak onder collega’s was onvoldoende aannemelijk tegen de terugkeer.
De rechter stelde vast dat de problemen met de werknemer beheersbaar zijn en dat de schorsing vooruitloopt op de ontbindingsprocedure. De vordering tot wedertewerkstelling werd daarom toegewezen, met de kanttekening dat de werknemer zich aan aanwijzingen moet houden en het werk overwegend vanuit huis zal plaatsvinden. De gemeente moet de werknemer binnen 48 uur na betekening weer aan het werk laten, onder dreiging van een gemaximeerde dwangsom. De gemeente werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De werknemer wordt binnen 48 uur wedertewerkgesteld en de gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten en tot betaling van een dwangsom bij niet-naleving.