Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1], eiseres,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, met de Eritrese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging bij haar partner, de referent. De aanvraag werd afgewezen omdat eiseres niet voldeed aan het inburgeringsvereiste, het paspoortvereiste en onvoldoende bewijs leverde van haar identiteit en het bestaan van een geldig huwelijk.
Eiseres stelde dat zij door analfabetisme niet kon slagen voor het inburgeringsexamen en dat zij als vluchteling in Sudan geen paspoort kon verkrijgen. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij bijzondere individuele omstandigheden had die ontheffing van het inburgeringsvereiste rechtvaardigen. Ook was niet gebleken dat zij geen paspoort kon verkrijgen, mede omdat zij geen Eritrees identiteitsdocument kon overleggen.
Verder was het beroep op de samenhangende beoordeling van documenten en de Afdelingsuitspraak van januari 2022 niet succesvol, omdat de overgelegde documenten niet door de Eritrese autoriteiten waren afgegeven. De rechtbank vond dat verweerder terecht vasthield aan de beleidsregels en dat de belangenafweging een fair balance bevatte.
Ten slotte werd het beroep op schending van de hoorplicht verworpen, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was en een hoorzitting geen ander besluit zou hebben opgeleverd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard wegens niet voldoen aan inburgerings- en paspoortvereiste en onvoldoende bewijs van identiteit.