ECLI:NL:RBDHA:2022:11529
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning arbeid in loondienst wegens prioriteitgenietend aanbod
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het verblijfsdoel arbeid in loondienst. Deze aanvraag werd door verweerder afgewezen op grond van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat er prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt aanwezig werd geacht. Dit oordeel was gebaseerd op een arbeidsmarktadvies van het UWV.
Eiser stelde dat verweerder niet had voldaan aan zijn vergewisplicht en dat het UWV-advies onvoldoende zorgvuldig was, onder meer omdat er geen contact was opgenomen met de werkgever. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende had aangetoond dat het UWV-advies zorgvuldig, inzichtelijk en concludent was tot stand gekomen. Het UWV hoefde de werkgever niet te raadplegen omdat het alleen toetst aan het prioriteitgenietend aanbod.
Verder overwoog de rechtbank dat de hoorplicht niet was geschonden, omdat het bezwaar van eiser kennelijk ongegrond was en er geen redelijke twijfel bestond dat het bezwaar tot een ander besluit zou leiden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning arbeid in loondienst wordt ongegrond verklaard.