ECLI:NL:RBDHA:2022:11395
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onvoorwaardelijk ontslag douaneambtenaar wegens plichtsverzuim en gebrek aan openheid
Eiser, een douaneambtenaar werkzaam in de Rotterdamse haven, werd geschorst en vervolgens ontslagen wegens plichtsverzuim. Verweerder stelde dat eiser beschikte over een vermogen dat niet met legale inkomsten kon worden verklaard en dat hij geen openheid van zaken gaf tijdens het disciplinaire onderzoek.
Eiser werd in een parallelle strafzaak vrijgesproken van witwassen, maar de rechtbank benadrukte dat het disciplinaire plichtsverzuim afwijkt van de strafrechtelijke verdenking. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht tot ontslag is overgegaan, omdat eiser onvoldoende bewijs leverde voor de herkomst van zijn vermogen en geen verklaring gaf voor de aangetroffen encryptie-telefoon en ongeoorloofde aanwezigheid op de werkplek.
De rechtbank vond de disciplinaire maatregel proportioneel gezien de ernst van het plichtsverzuim en de eisen van integriteit aan douaneambtenaren. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het onvoorwaardelijk ontslag wegens plichtsverzuim wordt ongegrond verklaard en het ontslag bevestigd.