ECLI:NL:RBDHA:2022:11201
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument voor afgeleid verblijf als gemeenschapsonderdaan wegens onvoldoende bewijs verval verblijfsrecht Spanje
Eiser, met de Dominicaanse nationaliteit en vader van twee minderjarige Nederlandse kinderen, verzocht om een verblijfsdocument als afgeleid recht op basis van het arrest Chavez-Vilchez. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat zijn rechtmatig verblijf in Spanje was beëindigd. Eiser stelde dat hij een verzoek had ingediend bij de Spaanse autoriteiten om zijn verblijfsrecht te beëindigen en dat verweerder navraag had moeten doen op grond van het beginsel van loyale samenwerking.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het aan eiser is om aannemelijk te maken dat het verblijfsrecht in Spanje is vervallen, bijvoorbeeld door een verblijfsdocument of andere stukken van de Spaanse autoriteiten. Het enkele verzoek tot beëindiging van het verblijfsrecht is onvoldoende bewijs. De rechtbank wees het verzoek om heropening af en verwierp het beroep als ongegrond. Tevens werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
De rechtbank overwoog dat het bewijsverzoek van eiser niet onredelijk of excessief formalistisch is en dat het beginsel van loyale samenwerking niet meebrengt dat verweerder navraag had moeten doen bij Spanje. Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.