ECLI:NL:RBDHA:2022:11192
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling wegens weigering coronatest
Eiser, een Tunesische vreemdeling, is op 10 juni 2022 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin de rechtmatigheid van de maatregel tot het moment van het eerdere onderzoek is bevestigd. Het geschil richt zich nu op de rechtmatigheid van het voortduren van de bewaring sinds dat moment.
Eiser stelt dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt door niet te proberen hem alsnog te overtuigen een coronatest te ondergaan en niet te verifiëren of een test nog vereist is voor uitzetting naar Tunesië. Uit de voortgangsgegevens blijkt echter dat de vlucht naar Tunesië is geannuleerd omdat eiser niet is verschenen voor de coronatest en dat hij op meerdere momenten is gewezen op zijn vertrekplicht.
Openbare informatie bevestigt dat voor inreis in Tunesië nog steeds een vaccinatiebewijs of een PCR-test niet ouder dan 48 uur voor vertrek nodig is. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende voortvarend handelt en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.