ECLI:NL:RBDHA:2022:11160
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand Tozo wegens studiefinanciering
Eiser, een ondernemer, ontving in 2020 gedurende drie periodes bijstand op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Verweerder stelde na heronderzoek vast dat eiser in die periode studiefinanciering ontving en daardoor geen recht had op bijstand. De bijstand werd ingetrokken en teruggevorderd.
Eiser voerde aan dat hij geen studiefinanciering had ontvangen, maar een lening, en dat hij tijdens de Tozo-periodes niet altijd studeerde. Ook vond hij de terugvordering onredelijk hoog. De rechtbank oordeelde dat de lening wel degelijk als studiefinanciering moet worden aangemerkt en dat eiser gedurende de beoordelingsperiode voltijds student was. De stellingen van eiser konden de bevindingen van verweerder niet weerleggen.
De rechtbank vond de terugvordering niet onredelijk hoog, ook niet omdat het bedrag in één keer moest worden terugbetaald, aangezien een betalingsregeling mogelijk is en beslagvrije voet bescherming biedt. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit tot terugvordering gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van €7.386,37 bijstand wordt gehandhaafd.