ECLI:NL:RBDHA:2022:11096

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 oktober 2022
Publicatiedatum
26 oktober 2022
Zaaknummer
22/3303
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30c BARDArt. 30o BARD
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot rooster met diensten langer dan 9 uur wegens dienstbelang

Eiser, een burgermedewerker bij Defensie met achttien jaar dienst, verzocht om vermindering van zijn arbeidsduur via de PAS-regeling met een rooster van 26 uren verdeeld over twee dagen van 9,5 uur en één dag van 7 uur. Verweerder wees dit verzoek af omdat diensten langer dan 9 uur per dag volgens het dienstbelang en artikel 30o BARD niet toegestaan zijn.

Eiser voerde aan dat hij sinds 2004 al 9,5 uur per dag werkt en dat de medezeggenschapscommissie destijds toestemming gaf, en dat hij meer baat heeft bij een kortere werkweek dan een kortere werkdag. Tevens deed hij een beroep op het gelijkheidsbeginsel.

De rechtbank oordeelde dat het dienstbelang het niet noodzakelijk maakt om diensten langer dan 9 uur toe te staan en dat de bestaande situatie van 9,5 uur per dag niet automatisch kan worden overgenomen bij de PAS-regeling. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, omdat een eerder gemaakte fout niet herhaald hoeft te worden.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees terugbetaling van griffierecht en vergoeding van proceskosten af, en bevestigde dat werkroosters uiterlijk 31 december 2022 conform het BARD moeten zijn aangepast.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het rooster met diensten langer dan 9 uur per dag wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 22/3303
uitspraak van de enkelvoudige militaire kamer van 26 oktober 2022 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: J. Aberkrom),
en

de commandant Materieel Logistiek Commando, verweerder

(gemachtigde: kapitein mr. J.C.A. Aarts).

Inleiding

Met het besluit van 20 december 2021 (het primaire besluit) is het verzoek van eiser om deelname aan de regeling Partiële arbeidsparticipatie senioren (PAS) afgewezen.
Met het besluit van 19 april 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers bezwaar ongegrond verklaard.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 28 september 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder en kolonel [A] .

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
1. Eiser werkt al achttien jaar als burgermedewerker bij Defensie. Hij heeft een verzoek gedaan tot vermindering van zijn arbeidsduur met 36,8% en een wijziging van zijn rooster naar 26 uren, twee dagen van 9.5 uur en één dag van 7 uur. [1]
2. Verweerder heeft het verzoek afgewezen, omdat de wijze waarop eiser zijn rooster wenst vorm te geven zich verzet tegen het dienstbelang. Volgens verweerder kan eiser geen diensten in zijn rooster opnemen die langer zijn dan 9 uur per dag.
Wat is eisers standpunt in beroep?
3. Eiser voert aan dat hij sinds 2004 vier dagen in de week werkt en 9,5 uur per dag maakt. Eiser mag er dan ook van uitgaan dat de medezeggenschapscommissie in 2004 toestemming heeft gegeven om 9,5 uur per dag te werken. [2] Hij heeft ook veel meer baat bij een kortere werkweek dan een kortere werkdag. Dit maakt dat het dienstbelang zich niet verzet tegen het rooster waar eiser om heeft verzocht. Tot slot doet eiser een beroep op het gelijkheidsbeginsel.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. Het geschil spitst zich enkel toe tot de vraag of eiser diensten in zijn rooster mag opnemen die langer zijn dan 9 uur per dag.
5. 5. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat een dienst van meer dan 9 uur per dag in strijd is met artikel 30o, derde lid, van het BARD [3] . Er ontbreekt namelijk een dienstbelang dat diensten van meer dan 9 uur per dag noodzakelijk maakt. Het feit dat eiser al achttien jaar 9,5 uur per dienst arbeid verricht, maakt niet dat deze omstandigheid moet worden overgenomen in de werktijdenafspraken bij de aanvraag van de PAS regeling. Het gaat hierbij om een andere, nieuwe situatie. Daarbij heeft verweerder toegelicht dat alle werkroosters binnen de eenheid uiterlijk 31 december 2022 in overeenstemming moeten zijn met het BARD. Medewerkers die een werkrooster hebben met diensten van langer dan 9 uur per dag is een redelijke overgangstermijn geboden om hun roosters aan te passen. Op nieuwe aanvragen voor werkroosters wordt conform deze standaard beslist.
6. Ten aanzien van het gelijkheidsbeginsel merkt verweerder het volgende op. Voor zover eisers collega een rooster van meer dan 9 uur per dag is opgedragen, is er sprake van een fout. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat het gelijkheidsbeginsel niet zover strekt dat het betrokken bestuursorgaan eenmaal gemaakte fouten moet herhalen. [4]

Conclusie en gevolgen

Het beroep is. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Abdolbaghai, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 oktober 2022.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 30c, tweede lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie (BARD).
2.Op grond van artikel 30o, eerste en tweede lid, van het BARD.
3.Artikel 30o, tweede en derde lid, van het BARD luiden:
4.Uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 20 januari 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:144.