ECLI:NL:RBDHA:2022:10697
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen beëindiging bijstandsuitkering wegens weigering medewerking huisbezoek
Verzoekster ontving een bijstandsuitkering die door het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer werd beëindigd en ingetrokken vanwege weigering medewerking aan een huisbezoek. Dit huisbezoek volgde op een anonieme melding over samenwoning met een partner met inkomsten. Tijdens het huisbezoek weigerde verzoekster inzage te geven in administratieve documenten die toebehoorden aan haar ex-partner, waarna het huisbezoek werd afgebroken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen sprake was van een spoedeisend belang zoals vereist voor het treffen van een voorlopige voorziening. Hoewel verzoekster financieel in een lastige positie verkeert, is niet gebleken dat er een acute financiële noodsituatie bestaat, zoals een dreigende uitzetting. Daarnaast is het bestreden besluit niet evident onrechtmatig; het huisbezoek was redelijk en verzoekster had het formulier Informed Consent ondertekend.
De weigering van verzoekster om inzage te geven impliceert dat zij begreep wat er van haar werd gevraagd, waarmee zij haar medewerkingsplicht schond. De rechtbank bevestigde daarmee de bevoegdheid van verweerder om het recht op bijstand te beëindigen en in te trekken. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen beëindiging bijstandsuitkering wordt afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang en niet evident onrechtmatig besluit.