ECLI:NL:RBDHA:2022:10696
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijstand wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekers hebben een aanvraag voor bijstand ingediend die door het college van burgemeester en wethouders van Gouda buiten behandeling is gesteld vanwege het niet aanleveren van gevraagde gegevens. Verzoekers maakten bezwaar en verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting op 20 september 2022 hebben verzoekers hun financiële situatie toegelicht, waarbij zij stelden dat zij hun vaste lasten al maanden niet konden betalen en afhankelijk waren van leningen van familie en kennissen. Ondanks deze omstandigheden heeft de voorzieningenrechter vastgesteld dat verzoekers geen stukken hebben overgelegd die hun financiële positie inzichtelijk maken of betalingsachterstanden aantonen.
Er is geen bewijs geleverd van een acute noodsituatie, zoals dreigende huisuitzetting of afsluiting van nutsvoorzieningen. De voorzieningenrechter concludeert daarom dat het spoedeisend belang ontbreekt, wat vereist is voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek wordt dan ook afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter K.H. Sanders en griffier S.P. Jadoenathmisier op 29 september 2022. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.