ECLI:NL:RBDHA:2022:1057
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin Italië
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser was niet aanwezig bij de zitting, die op 4 februari 2022 plaatsvond, en de rechtbank deed onmiddellijk uitspraak.
De rechtbank stelde vast dat niet is betwist dat Italië de verantwoordelijke lidstaat is en dat het niet reageren van Italië op het overnameverzoek van Nederland gelijkstaat aan aanvaarding daarvan. De aanwezigheid van een familielid in Nederland werd niet als relevant beschouwd omdat niet is aangetoond dat deze persoon onder artikel 16 van Pro de Dublinverordening valt.
Verder oordeelde de rechtbank dat er geen beletselen zijn voor overdracht aan Italië en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. De stelling dat vingerafdrukken onder valse voorwendselen zijn afgenomen, was onvoldoende om hiervan af te wijken. Ook waren er geen tekortkomingen in de Italiaanse asielprocedure of opvang die overdracht zouden verhinderen. De rechtbank concludeerde dat geen bijzondere omstandigheden van onevenredige hardheid zijn aangetoond en wees het beroep af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wegens verantwoordelijkheid van Italië wordt ongegrond verklaard.