ECLI:NL:RBDHA:2022:10520
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onverschuldigd betaalde tegemoetkoming woninghuur afgewezen
Eiser, een luitenant ter zee, ontving vanaf november 2016 een huurtoeslag van €1.900 per maand terwijl de kale huur €950 bedroeg. De minister van Defensie constateerde deze fout en besloot de teveel betaalde bedragen terug te vorderen over de periode van 23 juni 2019 tot 1 februari 2020.
Eiser betwistte de terugvordering en stelde dat hij niet op de hoogte was van de te hoge betalingen, dat de terugvordering een aantasting van zijn integriteit was, en dat de minister onzorgvuldig had gehandeld door hem niet vooraf te horen en te laat met terugvorderen te zijn begonnen.
De rechtbank oordeelde dat eiser redelijkerwijs had moeten weten dat de tegemoetkoming te hoog was, dat de minister niet verplicht was voorafgaand aan het besluit een zienswijze te vragen, en dat de vertraging in terugvordering geen recht gaf op een vermindering van het bedrag. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van de te veel betaalde tegemoetkoming wordt ongegrond verklaard.