ECLI:NL:RBDHA:2022:10507
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek asielzoeker met onbekende bestemming
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep samen met een andere zaak op 6 oktober 2022 behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn niet verschenen, ondanks voorafgaand bericht.
Uit het dossier blijkt dat eiser op of omstreeks 11 mei 2022 met onbekende bestemming is vertrokken en dat zijn gemachtigde sinds 15 september 2022 geen contact meer heeft met eiser en niet weet waar hij verblijft. Dit leidt tot de conclusie dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op asielrechtelijke bescherming in Nederland en daarom geen belang meer heeft bij de beoordeling van het bestreden besluit.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is mondeling gedaan en openbaar gemaakt op 6 oktober 2022. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen belang meer heeft.