ECLI:NL:RBDHA:2022:1049
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonheffingen en naheffingsaanslagen bij juiste vennootschap
Eiseres maakte bezwaar tegen naheffingsaanslagen loonheffingen opgelegd door de Belastingdienst, stellende dat bepaalde personeelsleden ten onrechte bij haar waren verloond in plaats van bij een andere vennootschap. De rechtbank oordeelde dat het feit dat personeelsleden niet bij de juiste vennootschap waren verloond niet automatisch betekent dat de loonheffingen onjuist waren opgelegd. Eiseres moest aannemelijk maken dat de loonheffingen bij een andere vennootschap hadden moeten worden toegerekend, hetgeen niet lukte.
De rechtbank stelde vast dat het beroepschrift tijdig was ingediend, ondanks aanvankelijke twijfel over de ontvangsttermijn. De overgelegde stukken, waaronder loonaangiften, verzamelloonstaten en salarisspecificaties, boden geen duidelijkheid over de juiste verloning. De rechtbank bevestigde daarom de afwijzing van de bezwaren door de Belastingdienst.
De rechtbank wees de beroepen ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter M.A. Dirks en griffier T. Blauw op 10 februari 2022. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De beroepen tegen de naheffingsaanslagen loonheffingen worden ongegrond verklaard en de aanslagen bevestigd.