ECLI:NL:RBDHA:2022:1049

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 februari 2022
Publicatiedatum
14 februari 2022
Zaaknummer
19_4451 en 19_4452
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26c Algemene wet inzake rijksbelastingenArt. 6:9 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling loonheffingen en naheffingsaanslagen bij juiste vennootschap

Eiseres maakte bezwaar tegen naheffingsaanslagen loonheffingen opgelegd door de Belastingdienst, stellende dat bepaalde personeelsleden ten onrechte bij haar waren verloond in plaats van bij een andere vennootschap. De rechtbank oordeelde dat het feit dat personeelsleden niet bij de juiste vennootschap waren verloond niet automatisch betekent dat de loonheffingen onjuist waren opgelegd. Eiseres moest aannemelijk maken dat de loonheffingen bij een andere vennootschap hadden moeten worden toegerekend, hetgeen niet lukte.

De rechtbank stelde vast dat het beroepschrift tijdig was ingediend, ondanks aanvankelijke twijfel over de ontvangsttermijn. De overgelegde stukken, waaronder loonaangiften, verzamelloonstaten en salarisspecificaties, boden geen duidelijkheid over de juiste verloning. De rechtbank bevestigde daarom de afwijzing van de bezwaren door de Belastingdienst.

De rechtbank wees de beroepen ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter M.A. Dirks en griffier T. Blauw op 10 februari 2022. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: De beroepen tegen de naheffingsaanslagen loonheffingen worden ongegrond verklaard en de aanslagen bevestigd.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Team belastingrecht
zaaknummers: SGR 19/4451 en SGR 19/4452
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 februari 2022 in de zaken tussen

[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres

en

de inspecteur van de Belastingdienst

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 19 september 2018 op de bezwaren van eiseres tegen de naheffingsaanslagen loonheffingen met aanslagnummers eindigend op [aanslagnummer] en [aanslagnnummer] .

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 januari 2022.
Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [A] en [B] . Eiseres is door de griffier bij aangetekende brieven, verzonden op 30 november 2021 aan eiseres op de adressen [adres] [huisnummer] , [postcode 1] te [plaats 1] en Postbus [postbusnummer] [postcode 2] te [plaats 2] , onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Eiseres is, zonder bericht van verhindering, niet verschenen. Nu genoemde brieven niet ter griffie is terugontvangen en uit informatie van PostNL is gebleken dat de brieven op genoemde adressen zijn uitgereikt, is de rechtbank van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze, tijdig op het juiste adres is aangeboden.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Overwegingen

1. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen naheffingsaanslagen met de hierboven vermelde aanslagnummers.
2. Bij uitspraak op bezwaar van 19 september 2018 zijn de bezwaren van eiseres afgewezen.
3. Op 2 juli 2019 heeft de rechtbank een brief van eiseres ontvangen waarin wordt verzocht om een behandeldatum van een beroepschrift van 3 oktober 2018. Als bijlage bij de brief van 2 juli 2019 is een afschrift gevoegd van een beroepschrift met dagtekening 3 oktober 2018.
4. Voor het indienen van een beroepschrift geldt een termijn van zes weken. Deze termijn begint op de dag na die van dagtekening van de uitspraak op bezwaar, tenzij de dag van dagtekening is gelegen vóór de dag van de bekendmaking. Dit volgt uit artikel 26c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Een beroepschrift is tijdig ingediend wanneer het voor het einde van de termijn door de rechtbank is ontvangen. Als het beroepschrift per post wordt verstuurd, is het ook tijdig ingediend wanneer het voor afloop van de termijn op de post is gedaan en door de rechtbank is ontvangen binnen een week na afloop van de termijn. Dit volgt uit artikel 6:9, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
5. De rechtbank heeft vastgesteld dat de brief van 2 juli 2019 buiten de termijn voor het indienen van een beroepschrift door de rechtbank is ontvangen. Eiseres is in de gelegenheid gesteld om een reden te geven voor de termijnoverschrijding voor het indienen van beroep. Eiseres heeft hierop aangevoerd dat reeds op 3 oktober 2018 beroep is ingesteld en dat dit beroep op 5 oktober 2018 om 10:18 uur afgegeven bij de centrale balie van het Paleis van Justitie te Den Haag. Ter onderbouwing heeft eiseres een handtekeningkaart overgelegd waarop is opgetekend dat op genoemde datum en tijdstip een poststuk is afgeleverd bij het Paleis van Justitie te Den Haag. Gelet op dit stuk acht de rechtbank aannemelijk dat sprake is van een tijdig ingediend beroep.
6. In geschil is of de naheffingsaanslagen naar juiste bedragen zijn opgelegd.
7. Eiseres stelt dat diverse personeelsleden ten onrechte bij haar zijn verloond, omdat zij bij [B.V.] B.V. verloond hadden moeten worden. De rechtbank stelt voorop dat het feit dat personeelsleden niet bij de juiste vennootschap zijn verloond, niet afdoet aan het feit dat deze vennootschap inhoudingsplichtig is. Het is vervolgens aan eiseres om aannemelijk te maken dat de loonheffingen toch bij een andere vennootschap in aanmerking hadden moeten komen. Naar het oordeel van de rechtbank is eiseres daar niet in geslaagd. De overgelegde loonaangifte, verzamelloonstaten voor 2016 en 2017 en salarisspecificaties per medewerker geven geen uitsluitsel over de verloning.
8. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder de bezwaren tegen de naheffingsaanslagen op goede gronden heeft afgewezen. De beroepen zijn daarom ongegrond verklaard.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A. Dirks, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Blauw, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2022.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht), Postbus 20302,
2500 EH Den Haag.