ECLI:NL:RBDHA:2022:10036
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering visum kort verblijf wegens schending hoorplicht in bezwaar
Eiser, een Marokkaanse staatsburger, vroeg een visum voor kort verblijf aan voor familiebezoek bij zijn broer in Rotterdam. Het primaire besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van het verblijfsdoel, onvoldoende middelen en twijfel over terugkeer.
Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de Minister verklaarde dit bezwaar kennelijk ongegrond zonder een hoorzitting te houden. De rechtbank oordeelt dat het afzien van horen onterecht was, mede omdat de Minister na ontvangst van het bezwaarschrift nog vragen stelde, wat wijst op twijfel over het standpunt.
De rechtbank benadrukt dat horen in bezwaar een essentieel onderdeel is van de bezwaarprocedure, zeker in visumzaken met beoordelingsruimte en persoonlijke omstandigheden. Het ontbreken van een op maat gemaakte motivering in het primaire besluit en het feit dat eiser bereid was mee te werken, maken het afzien van horen onrechtmatig.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, draagt op tot een nieuwe beslissing waarbij een hoorzitting wordt gehouden, en veroordeelt de Minister in de proceskosten en griffierecht. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht en de Minister wordt opgedragen opnieuw te beslissen met een hoorzitting.