ECLI:NL:RBDHA:2022:10024
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-inbehandelingname asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, met Somalische nationaliteit, diende op 26 februari 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac bleek dat eiser op 7 juli 2021 al een asielaanvraag in Roemenië had ingediend. Op grond van de Dublinverordening is Roemenië verantwoordelijk voor de behandeling van de aanvraag. Nederland deed een verzoek tot terugname dat door Roemenië werd aanvaard.
Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toegepast kon worden vanwege structurele tekortkomingen in de Roemeense asielprocedure en opvang, mishandeling, gebrek aan juridische bijstand en pushbacks. Hij verwees naar het AIDA Country Report Romania Update 2021 en stelde dat de toestroom van Oekraïense vluchtelingen extra druk op het systeem legt.
De rechtbank stelde vast dat de update 2021 geen wezenlijke verslechtering van de situatie in Roemenië aangaf ten opzichte van eerdere rapporten. Hoewel pushbacks een fundamentele systeemfout kunnen vormen, is niet gebleken dat eiser als Dublinclaimant hiermee te maken zal krijgen. De stellingen van eiser werden niet ondersteund door objectieve informatie. Ook de vermeende gevolgen van de Oekraïense vluchtelingenstroom werden onvoldoende onderbouwd.
Daarom mocht verweerder uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en was het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.