ECLI:NL:RBDHA:2021:9994
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel van bewaring wegens ontbreken redelijk vooruitzicht op verwijdering
Eiser is sinds 31 mei 2021 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft vastgesteld dat sinds het begin van de coronapandemie geen contact meer mogelijk is met de Senegalese autoriteiten en dat er geen presentaties plaatsvinden om een laissez passer te verkrijgen. Ondanks herhaalde pogingen van verweerder is geen zicht op hervatting van contact of procedures.
Hoewel eiser zelf geen aantoonbare acties heeft ondernomen om documenten te verkrijgen, acht de rechtbank dit onder de gegeven omstandigheden niet relevant. Uit vaste jurisprudentie volgt dat als het land van herkomst niet meewerkt aan het verstrekken van documenten, de bewaring niet gerechtvaardigd is.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van 10 september 2021 en kent eiser een schadevergoeding van €4.300 toe voor 43 dagen onrechtmatige detentie. Tevens worden de proceskosten van €1.870 aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven wegens ontbreken van redelijk vooruitzicht op verwijdering en eiser krijgt een schadevergoeding van €4.300 toegekend.