ECLI:NL:RBDHA:2021:9733
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering machtiging voorlopig verblijf pleegkinderen wegens motiveringsgebrek en schending hoorplicht
Eiseressen, tweelingzussen met de Iraanse nationaliteit, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf aan als pleegkinderen bij hun tante en pleegmoeder, die de Nederlandse nationaliteit bezit. De staatssecretaris wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar kennelijk ongegrond, stellende dat er geen sprake was van een onaanvaardbare toekomst in Iran en dat hechte persoonlijke banden ontbraken.
Eiseressen betoogden dat zij sinds het overlijden van hun grootmoeder in 2019 onder de zorg van hun tante verblijven, die haar eigen gezin in Nederland achterliet. Zij stelden dat andere familieleden niet in staat of bereid zijn voor hen te zorgen en dat het verblijf in Iran onaanvaardbaar is vanwege hun christelijke geloof en risico op uitgehuwelijkt worden. Tevens werd aangevoerd dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom er geen hechte persoonlijke banden zijn en dat de hoorplicht is geschonden.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris ten onrechte heeft aangenomen dat de moeder en tante van eiseressen in staat zijn voor hen te zorgen, en dat onvoldoende is gemotiveerd waarom er geen hechte persoonlijke banden zijn. Ook is onterecht afgezien van het horen van eiseressen en hun tante. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de staatssecretaris op opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt zij de staatssecretaris in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak.