Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 1 februari 2021 in de zaak tussen
[eiser 1] B.V.
Visserijbedrijf [eiser 13] .
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
4 oktober 2019. Eisers hebben dit beroepschrift en de middelen waar het op is gebaseerd, in deze procedure evenwel niet overgelegd. Op de vraag van de rechtbank waarom deze stukken niet in het geding zijn gebracht, hebben eisers gereageerd met de stelling dat het informatie betreft uit een openbaar toegankelijke bron. Gevraagd naar een nadere toelichting en/of onderbouwing van het betoog dat het pulsvisserijverbod niet in stand zou kunnen blijven, hebben eisers verwezen naar hetgeen de minister in de beroepschriftprocedure heeft aangevoerd en zich daarbij aangesloten. De korte samenvatting van de beroepsprocedure is dat de onderbouwing van het verbod wetenschappelijk gezien niet deugt, aldus eisers.
28 oktober 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BQ9854) stellen eisers dat niet gebleken is dat er een voldoende zwaarwegende grond voor intrekking van de - voor onbepaalde tijd verleende - toestemmingen bestaat nu verweerder in zijn besluitvorming heeft volstaan met een enkele verwijzing naar de Europese regelgeving. Ook uit de bestuursrechtelijke jurisprudentie blijkt volgens eisers dat van een rechtmatig besluit geen sprake kan zijn indien en voor zover niet alsnog wordt voorzien in een ruime overgangstermijn dan wel adequate schaderegeling.