Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Guinese nationaliteit bezittende asielzoeker, diende op 27 februari 2021 een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië niet langer geldt vanwege slechte opvangomstandigheden, gebrek aan geld en medicijnen, en verwees naar het AIDA-rapport van 3 juni 2021 en correspondentie tussen VluchtelingenWerk Nederland en een Italiaanse advocate. Tevens stelde hij dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening ten onrechte niet werd toegepast.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Italië zijn internationale verplichtingen niet nakomt. De persoonlijke omstandigheden van eiser vormen geen bijzondere individuele omstandigheden die overdracht aan Italië van onevenredige hardheid maken. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.