ECLI:NL:RBDHA:2021:9418
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe elementen
Eiser, met de Tsjadische nationaliteit, diende op 30 september 2020 een opvolgende asielaanvraag in. Hij stelde dat hij lid was van de MPS en UNDR, met een lidmaatschapspas van de MPS als nieuw bewijs. Verweerder verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat geen nieuwe elementen waren aangevoerd.
De rechtbank overwoog dat eiser zijn lidmaatschap van de MPS reeds in eerdere procedures had aangevoerd, maar dit niet geloofwaardig was bevonden. De lidmaatschapspas had eiser eerder kunnen overleggen, maar deed dit niet. De verklaring voor het late overleggen werd onvoldoende geacht. Ook de enkele overgelegde pas was onvoldoende om het eerdere oordeel over de geloofwaardigheid te wijzigen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de aanvraag niet-ontvankelijk had verklaard en dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren om anders te oordelen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag is ongegrond verklaard.