ECLI:NL:RBDHA:2021:9307
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek op grond van ongeloofwaardigheid lesbische geaardheid en vrees
Eiseres, een Oegandese vrouw, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van haar lesbische geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen in haar thuisland. Zij stelde dat zij vanwege haar seksuele geaardheid vervolging door de autoriteiten vreest, mede vanwege een incident in 2019 waarbij zij werd betrapt met haar partner.
Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, wees de aanvraag af omdat hij de geloofwaardigheid van de lesbische geaardheid en de problemen daaromtrent onvoldoende aannemelijk achtte. De rechtbank oordeelde dat eiseres inconsistent en oppervlakkig verklaarde over haar geaardheid en relatie, en onvoldoende inzicht gaf in haar gevoelens en de context van haar situatie.
Daarnaast vond de rechtbank dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij daadwerkelijk vreesde voor de autoriteiten, mede omdat zij het land legaal had verlaten met haar eigen paspoort. De rechtbank concludeerde dat verweerder de geloofwaardigheidsbeoordeling zorgvuldig en gemotiveerd had uitgevoerd en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep op asiel wegens lesbische geaardheid wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardigheid en onvoldoende aannemelijkheid van de vrees.