ECLI:NL:RBDHA:2021:9282
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijk verklaring asielaanvraag en terugzending naar Italië
Eiser, van Jordaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen als niet-ontvankelijk op grond van het feit dat eiser in Italië internationale bescherming geniet en daar een geldige verblijfsvergunning heeft.
Eiser voerde aan dat hij in Italië slecht behandeld werd, vanwege medische omstandigheden niet kon werken, een zwervend bestaan zou leiden en dat de coronapandemie reizen onverantwoord maakte. De rechtbank stelde vast dat eiser deze beweringen onvoldoende met bewijs onderbouwde en dat hij opvang had gehad in Italië. Ook was niet aannemelijk dat hij niet de hulp van Italiaanse instanties kan inroepen.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat de drempel voor het aannemen van een situatie van zeer verregaande materiële deprivatie bij terugkeer hoog is. Gezien de medische stukken en de situatie achtte de rechtbank niet aannemelijk dat eiser bij terugkeer in Italië in een dergelijke situatie terechtkomt.
Verder oordeelde de rechtbank dat de staatssecretaris niet verplicht is ambtshalve te beoordelen of toepassing van artikel 64 Vw Pro 2000 (medische gronden voor uitstel) aan de orde is bij niet-ontvankelijkheid. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.