ECLI:NL:RBDHA:2021:8992
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening visum kort verblijf wegens gevaar volksgezondheid
Verzoekster, een Zuid-Afrikaanse vrouw, vroeg om een visum voor kort verblijf om familie in Nederland te bezoeken na het overlijden van haar echtgenoot en moeder. Haar aanvraag werd door de minister van Buitenlandse Zaken afgewezen vanwege het coronavirus, dat een gevaar voor de volksgezondheid vormt.
Verzoekster stelde dat zij geen gevaar vormde omdat zij een medische verklaring had waaruit bleek dat zij geen corona had en dat zij aan de visumvoorwaarden voldeed. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat het verzoek om een voorlopige voorziening feitelijk geen voorlopig karakter had omdat het toewijzen zou betekenen dat de minister voor voldongen feiten werd gesteld.
De rechtbank stelde dat er geen zwaarwegend spoedeisend belang was dat de afwijzing niet kon worden afgewacht en dat het besluit niet evident onrechtmatig was. Het coronavirus is een epidemische ziekte en Zuid-Afrika is een zeer hoog risico gebied. Een medische verklaring is slechts een momentopname en sluit niet uit dat verzoekster het virus later kan oplopen en verspreiden.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter D. Biever op 22 juli 2021 en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat geen zwaarwegend spoedeisend belang bestaat en het besluit niet evident onrechtmatig is.