Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 juli 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015, die door verweerder is afgewezen. Na bezwaar en een tussenuitspraak heeft verweerder een nieuw besluit genomen waarbij een persoonsgebonden budget (pgb) werd toegekend voor een beperkte periode. Eiser betwist de ingangsdatum, de omvang en de motivering van het toegekende pgb.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft verricht naar de juiste ondersteuningsbehoefte van eiser en dat het onderzoek niet deugdelijk is vastgelegd. Hierdoor is niet controleerbaar of de toegekende maatwerkvoorziening passend is. Ook is het standpunt van verweerder om aan te sluiten bij een oude indicatie van het CIZ niet houdbaar.
De rechtbank verklaart het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk wegens ontvallen belang, maar verklaart het beroep tegen het tweede besluit gegrond. Het tweede besluit wordt vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. Verweerder wordt opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het tweede besluit wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd; verweerder moet binnen twaalf weken een nieuw besluit nemen.